De Kleine Prairie

Kijktuin en Kwekerij van Amerikaanse planten

Mijn achtergrond

Lang geleden lezen mijn ouders mij voor uit de boeken van Laura Ingalls Wilder, Het Kleine Huis in het Grote Bos en Het Kleine Huis op de Prairie. Later lees ik zelf de rest van de serie. Nog weer later lees ik de hele serie nog eens en nog eens. En ik droom van mijn eigen huisje op de prairie ... En van eindeloos reizen, alsmaar ontdekken wat er achter de horizon is.

Mijn eerste kennismaking met De Verenigde Staten is in 1987, als ik voor een jaar 'highschool' bij een gastgezin in Missouri ga wonen. Ik wil graag weten hoe het kan dat 250 miljoen mensen geloven dat ze in het beste land van de wereld wonen, terwijl Nederlanders niets van Amerika en de Amerikanen moeten hebben. Mijn conclusie was en is: onbekend maakt onbemind. Na één jaar hou ik toch echt wel van het land én van de mensen.

Thuisgekomen begin ik aan een studie Culturele Antropologie. Anderhalf jaar later vind ik de zogenaamde derde wereld nog wel interessant, maar het erbij horende anti-Amerikanisme helemaal niet. Daarom besluit ik om de bovenbouwstudie Amerikanistiek erbij te doen. Wat een verademing. Allemaal 'gelijkgestemden' en geen meewarige blikken als ik zeg: I love America!

Tijdens mijn studies reis ik diverse keren door de VS. Mijn favoriete staat van alle 50 is Montana. Daarom ga ik in 1994 voor een half jaar daarheen om mijn veldwerk te doen. Op de prairie, tegen de grens met Canada, met uitzicht op de Rocky Mountains, ligt het reservaat van de Blackfeet indianen. Hier probeer ik maandenlang een van hen te zijn. Ik woon in een appartement boven de fotozaak, volg lessen op het Blackfeet Community College en werk in een restaurant. Het duurt daarna nog twee jaar voordat ik afstudeer, maar uiteindelijk wel in beide studies.

Na een paar jaar werken ga ik in 1999 mijn wereldreis maken. Niet naar Australië, Thailand of India, maar naar Noord-Amerika! Ik reis per auto van Deadhorse, Alaska naar Dallas, Texas. Ik verblijf meestal in jeugdherbergen en werk zoveel mogelijk, vaak in tuinonderhoud. Onderweg ontmoet ik Amerikanen en medereizigers van allerlei pluimage, goudzoekers, hippies, Hutterieten, mormonen en 'native Americans', Yupik, Tlingit en Haida in Alaska en west-Canada, de Blackfeet in Montana en de Navajo, Hopi en Pueblo in Arizona en New Mexico. Na precies een half jaar is het tijd om naar huis te gaan. Ik laat mijn wilde haren achter ...

Huis ...

Het wordt een huisje op het platteland in Nederland. In september 2003 komen wij, inmiddels met ons drieën, in Tijnje wonen, in een klein huis met een grote schuur en een lap grond van bijna vier hectare op een prachtige plek. Het lijkt veelbelovend, een droom die waarheid wordt. We hebben er zin in, ondanks de bouwvallige staat van huis en tuin. Aan de slag dus!





In 2004 wordt onze tweede zoon geboren. En ik begin aan de hoveniersopleiding in Frederiksoord, want al snel wordt duidelijk, dat deze tuin al bij aanvang geen hobby is, maar heel veel werk. Ook het huis blijkt een flinke dobber. Het 'tienjarenplan' is geen grap meer.

Waar blijft de tijd? Na zeven jaar herstellen, afbreken en weer opbouwen zijn huis en tuin klaar wat betreft fundering en casco. 

... en tuin

Op 8 september 2010 is de officiële opening van De Kleine Prairie, kijktuin en kwekerij van Amerikaanse planten, een feit. Amerikaanse planten, dat zijn dus planten die van oorsprong uit Noord-Amerika komen. Van de bijna vier hectare is, en blijft voorlopig, ruim drie hectare weiland. Van de resterende grond is een groot deel in etappes ingeplant. 


Rondom het huis is de tuin 'af'. Een volgende fase, ongeveer 1.000m2, is in 2011 ingeplant. De voorlopig laatste fase is 2013 2014 2015 2016 (en 2017?) aan de beurt ...

Vooralsnog is er genoeg te zien. 
Voor huis is een stukje bostuin van ongeveer 250m2. 
Naast de boerderij is de halfschaduw siertuin met gazon en zitkuil, ongeveer 500m2. Hier huizen ook vier Wyandottekrielkippen en -haan in een ren tussen verschillende soorten vingergras.

Achter de schuur is een ruim erf met terras, plantenverkoop en ingang naar de winkel. Om dit erf liggen borders op kleur. Ook is hier de ingang naar de indiaanse moestuin met maïs, bonen en pompoenen. Deze is aangelegd volgens het Three-sisters-principe, dat werd toegepast door de oorspronkelijke bewoners van met name het zuidwesten van de Verenigde Staten. 

Verder naar achter is een grote kas en nog meer moestuin. Daarachter begint de 'prairie'. Een golvend pad loopt langs grote borders op kleur. Veel siergrassen en vaste planten. Wat nog niet definitief beplant is, is ingezaaid met Phacelia, bijenvoer. Zeer geliefd bij bijen en vlinders en een groenbemester, die van oorsprong uit Amerika komt.

Precies tien jaar nadat ik samen met mijn man Tjeerd voor het laatst naar Amerika ben geweest, hebben we Amerika als het ware - in planten - naar ons toe gehaald. Een klein stukje dan, vandaar ook de naam De Kleine Prairie.